Zeventig jaar Molukkers in Nederland: ‘Het duurde jaren voor de waas optrok’


<p>Geoffrey Birahij:&#39;Ik zou niet in een andere Nederlandse stad dan Deventer willen wonen.&#39;&nbsp;</p>

Geoffrey Birahij:'Ik zou niet in een andere Nederlandse stad dan Deventer willen wonen.' 

(Foto: Gerreke van den Bosch)

Zeventig jaar Molukkers in Nederland: ‘Het duurde jaren voor de waas optrok’

Deventer - ‘70 Jaar Molukkers in Nederland’ is het thema van het Midzomer Multicultureel Muziekfestijn dat zondag 27 juni wordt gehouden. “Bij sommige Molukkers staan de koffers nog net zo ingepakt als toen ze hier aankwamen”, vertellen Molukse bestuursleden van Masohi.

Door Gerreke van den Bosch

De derde editie van het festival in het Worpplantsoen stond vorig jaar gepland maar werd afgeblazen vanwege corona. Op veel plekken in Nederland werd op 25 april de vlag wél gehesen vertellen Geoffrey Birahij, voorzitter van stichting Masohi en bestuurslid Anton Putirulan. “Toen was het 70 jaar geleden dat de eilandengroep de Molukken onafhankelijk werd en de naam Republiek der Zuid-Molukken (RMS) kreeg. In 1951 scheepten 13.000 Molukse KNIL-militairen vanuit Indonesië in voor Nederland. De Nederlandse regering beloofde de Molukse soldaten een eigen vrije staat, tijdelijk onderdak en behoud van werk. In Nederland bestond echter een overschot aan militairen. Daarom werden de Molukkers al tijdens de overtocht uit hun militaire functie gezet en massaal in kampen geplaatst. Het voelde als een dolk in de rug. Ze hadden gevochten voor de Nederlandse vlag en trouw gezworen aan het koningshuis. Mijn vader kwam in 1951 naar Nederland. Het was voor hem een hele overgang van een warm land naar een koud oord. Toen mijn pa aankwam was hij een jaar of twaalf, mijn moeder was nog een peuter. Mijn ouders kwamen in Muiderberg terecht. Ze leerden elkaar in Nederland kennen. In Muiderberg was een kamp met barakken daar kwamen veel Molukkers terecht of in voormalige concentratiekampen. Mijn vader ging ook naar school in zo’n kamp. Omgang met Nederlandse mensen was er niet. ‘We werden als aapjes bekeken vanaf de andere kant van de afrastering’ vertelden Molukse ouderen hier later over.”

‘Bij sommige Molukkers staan de koffers nog net zo ingepakt’

Boosheid

Volgens Anton en Geoffrey heerste er jarenlang veel boosheid binnen de Molukse gemeenschap door de valse beloften van de regering. Geoffrey: ‘’In principe zouden de KNIL militairen maar zes maanden blijven, wapens krijgen, hier getraind worden en terugkeren naar hun land om voor hun vrijheid te vechten. Bij sommigen van de eerste generatie staan de koffers nog nét zo ingepakt als toen ze hier aankwamen. Wat de meeste mensen niet weten is dat veel Molukkers kinderen achterlieten in hun thuisland omdat ze maar een maximaal aantal personen mee mochten nemen. De oudsten bleven meestal bij de familie achter. Zelf ben ik opgegroeid in de Koningenbuurt op de Keizerslanden en had een mooie jeugd. Ik ben tweetalig opgevoed. We zijn grootgebracht met het idee dat we terug zouden keren. Er werd grote waarde gehecht aan scholing zodat we konden helpen het land opnieuw op te bouwen. Onze ouders leefden met een droom: terugkeren naar hun geboorteland.”

Opstandig

Dit geldt ook voor Anton. “Toen dit niet gebeurde werden we opstandig vooral in de 80’er jaren. We zagen in de jaren ‘70 hoe onze oudere broers de situatie niet konden verwerken en aan de drugs raakten. Wij zagen onze ouders eronder lijden. Onze generatie pakte het anders aan. In het begin raakten we veel in vechtpartijen verzeild. We hadden standaard een hekel aan alles wat een uniform aan had.Het was onderdeel van de overheid die onze ouders hebben bedonderd. Het heeft heel lang geduurd voor die waas verdween.” 

De ondersteuning en begeleiding van de Molukse gemeenschap die in 1961 vanuit de kampen/woonorden in de Deventer samenleving kwamen, werd gedaan door het toenmalige Commissariaat Ambonezen Zorg(CAZ). In 1971 werd stichting Masohi opgericht en in 1983 kregen zij een eigen gebouw aan de Koningin Julianastraat. Anton: “Het is ons cultureel gebouw. De boosheid is verdwenen maar de teleurstelling blijft. Naarmate je ouder wordt ga je anders denken. Als je jong bent, schop je overal tegenaan. Ik zag de pijn bij mijn vader en trok mij het verdriet van mijn ouders aan. Mijn moeder overleed toen ik 16 was, dat maakte mij dubbel opstandig. Nu ben ik rustig.” De bestuursleden willen de Molukse gemeenschap meer op de kaart zetten. “We willen ons meer naar buiten toe profileren. We zijn er niet alleen voor de Molukkers maar voor alle buurtbewoners en organiseren veel activiteiten, waaronder taalcursussen en kookworkshops.

www.stichtingmasohi.nl/

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden