Foto:
column Peter van den Boom

Red ons straatmeubilair!

  Column

Langs het fietspad dat de Oerdijk met de Holterweg verbindt was het onlangs weer raak, iedereen moest slalommen langs de restanten van een uitgerukte prullenbak. Waarom is in dit land de verstandhouding met buitenmeubilair zo problematisch? Bankjes, prullenbakken, bushaltes, vroeg of laat ondergaan ze allemaal hetzelfde lot.

Daar zijn dan nog wel gradaties in. Het begint meestal met het aanbrengen van foeilelijke graffiti, daarna volgt vernieling, dan in brand steken en de definitieve behandelfase is het uitrukken van het object en het laten verdwijnen in een sloot of bosje.

In andere landen wordt buitenmeubilair gewoon gebruikt waarvoor het is bedoeld. In parken kun je je geriefelijk laten zakken op sierlijk vormgegeven bankjes die niet hufterproef zijn vastgezet met lelijke betonnen voeten. Voer voor psychologen.

Volgens de politiewebsite zijn de meeste vandalen tussen de 10 en 20 jaar, afkomstig uit alle lagen van de bevolking. Bij de jongste vernielers (10-12 jaar) gaat het om ‘spelvandalisme’. De vernielingen gebeuren niet per se opzettelijk, maar horen bij een uit de hand gelopen spel. Tsja.

Bij vandalen tussen de 12 en 16 jaar zou het gaan om prestigevandalisme. Jongeren willen zich aan elkaar bewijzen. Of het gebeurt uit pure verveling. Kun je je anno 2020 werkelijk nog vervelen, vraag ik me dan af? De oudere jeugd vernielt ‘gewoon’ uit frustratie of onder groepsdruk. Het klinkt allemaal alsof elke jongere noodzakelijkerwijs deze drie stadia moet doorlopen, het hoort bij het opgroeien..

Niemand voelt zich blijkbaar verantwoordelijk voor straatmeubilair dat toch uit overheidsgelden wordt gefinancierd, en ook het feit dat anderen er genoegen of gemak aan zou kunnen beleven speelt blijkbaar geen rol. Bij opgroeien hoort opvoeden, dus scholen en vooral ouders; aan de (prullen)bak!

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden