Foto: Foto:

Column Jannah Wijffels: Weg geblazen

  Column

De wind uit het westen deed het huis kraken. Een blad danste op en neer voor het raam. Op de achtergrond werden grote, dikgrijze wolkenpartijen aan lange touwen langs de hemel getrokken. Af en toe kwam het zonnetje bloot, dat lokte: 'Naar buiten! Naar buiten!'

Het was halverwege de ochtend. Mijn lange panden flapperden om mijn lijf. Ik stak mijn handen diep in de zakken. Op de dijk bij de IJssel werd me de adem benomen. Bijna leunde ik in de wind. Had ik toch maar een sjaal om gedaan.

Een fluittoon trok mijn aandacht, het kwam uit de richting van de brug. 'Altijd blijven lachen' was nog steeds haar boodschap. En ik lachte. Maar aan deze kant was de fluittoon niet te horen. Zodra ik onder de brug door liep, verdween het. Het was de wind, de westenwind, die onze spoorbrug bespeelde. Een passagiersschip, dubbeldeks, voer dwars over het water. De kop in de wind, maar zich zijwaarts verplaatsend.

De bolletjes van de platanen lagen met tak en al op het pad. Een hond dribbelde voorbij met zijn ogen in spleetjes en zijn neus omhoog. Fietsers, op weg naar Terwolde, namen hun vehikel in de hand, voorovergebogen.

In het park zwegen de vogels. Met verkrampte pootjes hielden zij zich stevig vast aan een tak. Wat in de rondte vloog, waren takken en bladeren. Een enkele koolmees piepte dapper, bewerend dat het voorjaar werd.

Twee brandganzen vlogen over, zij probeerden het tegenwinds. Maar tevergeefs: zodra ze hoogte wonnen, werden ze uit hun koers geblazen en weken ze uit, terug over de huizen. Ik kruiste het pad met een andere wandelaar. We glimlachten naar elkaar. Toch wel lekker hè, een beetje storm.

Meer berichten