Foto:

Column Jannah Wijffels: Muurkruipertje

  Column

Ze zijn er weer: de broedende boomkruipertjes. Als ik 's ochtends wakker word, zie ik vanuit het slaapkamerraam de nok van het huis van de buren. Onder een van de dakpannen zit een kleine opening. Daar nestelt het paartje nu voor het tweede jaar.

Met het bekende geluidje van de kruipertjes -iets tussen piepen en fluiten in- begint mijn dag. Ik hoef dan alleen maar mijn ogen te openen en mijn hoofd iets te draaien. Meestal zie ik er eentje omhoog kruipen, inderdaad vertikaal, zich vastklemmend aan de bakstenen. Hij of zij inspecteert de plek, schichtig om zich heen kijkend. Als de kust veilig is, verdwijnt het kleine bruine vogeltje onder de pannen. Regelmatig vliegt het weer weg voor het erin kruipt. Ik benijd vogels niet: altijd maar waakzaam blijven; dat lijkt me heel vermoeiend.

Ik ben blij met mijn voorjaarsritueeltje. Beter dan gewekt worden door sirenes, smog en een uitzicht op een wolkenkrabber tegenover de jouwe. In Nederland zijn we relatief gunstig af. Als ik eraan denk wat bijvoorbeeld de meeste van de 24,2 miljoen inwoners van Shanghai horen en zien als ze 's ochtends uit het raam kijken, weet ik dat we geluk hebben met onze kleine steden.

Neem Deventer waar je met 20 minuten fietsen in een natuurgebied kunt zijn: de Bolwerksplas, de uiterwaarden bij de waterzuivering, de bossen rond de Kranenkamp en bij de Oostermaet. En zo zijn er nog veel meer plekken in de buurt waar je, bij geluk, reëen kunt spotten en raven hoort roepen. Ik vrees dan ook voor de ontwikkelingen om ons heen, zoals de groeiende invloed van Chinese ondernemers in Portugal en het Oostblok. Daar kopen ze zich al op grote schaal in; inmiddels ook in de telecommunicatiebranche, hoorde ik op Radio1. Ook wij moeten waakzaam blijven. Helaas.

Meer berichten