Foto:

Column Jannah Wijffels: Stelten

  Column

Al voor het vierde jaar maak ik 'Stelten' mee. Het begint zowaar 'routine' te worden. Op vrijdagavond bij schemer op de Brink. Veel mensen, veel vrolijkheid. Nog even in de rij voor de wafelkraam en dan naar het midden van het plein.

Bij de Waag roert zich al iets: een lichtgevend rood-wit-gestreept reuze-ei hangt een paar meter boven de grond. Mensen kijken verwachtingsvol om zich heen. Jong, oud, rijk, arm, doorgewinterde cultuurminnaars, Deventenaren en bezoekers.

Het is opmerkelijk hoeveel belangstelling er is voor deze cultuurdouche. Natuurlijk: de meeste optredens zijn gratis zodat je je in een waar luilekkerland waant. De voorstellingen op het Klooster zijn bij mij altijd favoriet: intiem en poëtisch. Het is een enorm cadeau van de stad aan haar inwoners en aan iedere toerist uit binnen- en buitenland. Maar toch. Het zou sleets kunnen worden, maar het blijft onverminderd populair. Het wordt ook niet te groot; je kunt je nog steeds redelijk vrij bewegen overal.

Terug naar de openingsavond op de Brink: 'Kiek, d'r zit een baby in!' roept een jongen. We zien twee reuze-buggy-handvatten boven de menigte uitsteken. Het valt nog niet mee om de 'baby's' te zien te krijgen; drommen mensen verzamelen zich rond dit schouwspel.

In de verte bewegen drie hoofden met precies dezelfde beige 'hoed' zich voort. Het doet Soeffisch aan. De 'whirling derwishes'. Benieuwd hoe ze dat doen op stelten. Dan klinkt er een knal bij de Waag en komt de verlichte zeppelin ook in beweging. Terwijl we met een hele tros om deze clowneske act staan, doemen felgekleurde kegels, kolommen en bollen achter ons op. Het is begonnen. Dit is het: het echte Steltengevoel.

Meer berichten