Foto:

Column Jannah Wijffels: Klungelen

  Column

Sinds kort heb ik ontdekt dat breien mij erg ontspant. Naast mijn werk als schrijver, trainer en coach is het fijn om even lekker met je handen bezig te zijn en even niet na te hoeven denken.

Zo zit ik op zaterdagochtend voor achten in de trein, te breien. Af en toe kijk ik naar buiten. Het is ijzig koud. Een witte wollige pluk wolk hangt dromerig boven de IJssel. Het winterse zonnetje kleurt de hemel aan de einder oranje. De leidingen boven de trein knetteren van de vorst en het licht in de coupé valt af en toe uit.

Ik hou van de winter. Ik hou van de maan die haar naam uit het Sinterklaasliedje eer aan doet en precies als op de plaatjes door de kale takken schijnt. Ik hou van de wolkjes condens uit de neusgaten van de paarden die ingepakt in gewatteerde jasjes de tijd staan te doden met één gebogen achterhoef. Ik hou ervan tegen de kachel te zitten en zelfgebakken speculaasjes te eten.

De conducteur komt langs en zegt: 'zit je lekker te klungelen?' Ik kijk hem enigszins verbaasd aan: 'klungelen…?' Hij glimlacht en zoekt naar woorden: 'Knutselen, fröbelen, hoe noem je het?'

'Breien?' zeg ik met een meewarig lachje. 'Ach ja,' zegt hij, 'ik kon even niet op het woord komen'. Hij komt erbij staan en vertelt me dat hij het vroeger ook geleerd heeft. Van zijn moeder. 'Maar dat is wel 55 jaar geleden, hoor! Ik weet niet of ik het nog kan.'

Hij gaat verder. Ik blijf achter in de lege coupe. Ik staar naar mijn handen en de naalden die ik in een regelmatig ritme met de wollen draad laten spelen. En merk op dat ik nog steeds glimlach.

Meer berichten