Foto:

Column Jannah Wijffels: Herrijzenis

  Column

Het zal u mogelijk verbazen maar ik heb een zwak voor gebouwen met allure. Het Polmanshuis in Utrecht bijvoorbeeld: de lichtval op de houten vloer prikkelde altijd mijn fantasieën over dansen met stijl. Ook Deventer is er rijkelijk mee bezaaid. Neem het oude katholieke ziekenhuis in de Nieuwstraat waar een hotelketen is gevestigd. Zo fijn dat je daar gewoon even binnen kunt wandelen om je te vergapen aan de indrukwekkende ontvangsthal.

Helaas zijn niet alle stijlvolle panden openbaar toegankelijk. Financiële overwegingen vermaken vele villa's tot grijsgewolkte kantoorunits. Je ziet die villa's niet eens meer staan. Vreemd hoe dat werkt: het lijkt of zo'n gebouw dan onzichtbaar wordt. Je loopt er dagelijks langs, maar omdat je er niets te halen hebt, of te doen, gaat je brein het negeren. Ook de directe omgeving van zo'n kantoor: de stoep, de straat, het plein; het leeft niet, het wordt een soort witte vlek op de kaart in je hoofd.

Andersom kan een gebouw tot leven komen als het weer een openbare bestemming krijgt: zoals onlangs met het hotel in de Keizerstraat. Was me nooit opgevallen. Sinds dit voorjaar is het opnieuw als hotel in gebruik. Ik liep er langs, zag het stoepbord en "pling" daar stond een droom van een monument waar het water me van in de mond liep.

Afgelopen week dronk ik er mijn eerste kop koffie. De belofte van de hoge lichte ruimte werd helemaal ingelost. Tegelijkertijd voelde ik mij er zo snel thuis dat ik binnen twee minuten met mijn schoenen uit in kleermakerszit op de bank zat. Wat dan ook precies de bedoeling is van het eigentijds concept, zag ik op de site. P.S.: de koffie is niet biologisch -een gemiste kans voor zo'n concept- maar wel erg lekker.

Meer berichten