Foto:

Column Jannah Wijffels: Alle klokken

  Column

Woensdagavond iets voor zes. Het keukenraam staat op een kier. Ik leg wat aardappelplakjes in een ovenschaal. Het is een zachte avond en het begint te schemeren. De lucht vult zich met vogelgeluid.

We hielden het niet voor mogelijk: dat het op maandagochtend stil is. Dat we op dinsdagavond vanaf onze balkons staan te klappen voor onze zorgverleners. Dat we op woensdagochtend liedjes zingen in het park. Dat iedereen een beetje meer voor elkaar zorgt. Maar ook niet dat er oplichters zijn die zich uitgeven voor gratis boodschappenhulp aan ouderen.

Ondertussen wordt het gewoon lente. Het schiet omhoog, het knalt er uit en het fluit erop los. Je wil meedoen. Je wil ontluiken en van je laten horen.

Maar we komen thuis te zitten. Ik begin er vrolijk aan. Na drie dagen word ik onrustig. Ik denk steeds vaker terug aan een periode waarin ik in sociale isolatie zat als gevolg van een ernstige blessure. Een jaar lang in onvrijwillige retraite. ‘Dat niet weer’, roept iets in mij.

Via social media komt er een filmpje voorbij: iemand die zegt ‘hey, hou oog voor de magie!’ Ik grinnik in mezelf, sta op en haal mijn maaltje uit de oven. De avond is gevallen. De merels en roodborstjes zingen om het hardst maar de zanglijster overstemt ze. Een magisch moment: het lenteavondconcert

En dan komt het: klokkengelui. Alle klokken van de Lebuïnus beginnen één voor één uit volle borst te luiden. In verband met Corona. Nóg een magisch moment. Ik zet het raam open, hang over de vensterbank en adem dit helemaal, diep in.

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden