Foto:

Column Jannah Wijffels: Mei-stond

  Column

Mist over de IJssel als ik de brug op fiets, iets na vijven. Ontbijt en koffie in mijn rugzakje, verrekijker om mijn hals. Ik ga bij de volkstuintjes links en rij via het Worpplantsoen richting de Bolwerksmolen. Waar normaal het pontje vertrekt, verrijst het eerste ochtendlicht achter de toren van de Lebuïnus.

De mist maakt mooie plaatjes. Hazen huppelen als kleine hooiwagentjes met ellipsvormig wiel over de akker. Een troep ganzen met jong schuifelt als één familie het ochtendlijk water in. De koeien liggen nog te dutten onder de wilgen. De geur van brak water vermengt zich met die van acaciabloesem en kruidige grassen.

Bij het zandgat stap ik af. In de verte hoor ik de koekoek al. Een grasmus is druk in de weer tussen het riet en het meidoornstruikje naast me. Achter de dijk hoor ik sterntjes, scholeksters, een enkele tureluur en af en toe het onderbroken geluid van de rietgors bij het poeltje.

Ik rij richting De Kribbe en stap steeds af om foto’s te maken van het spel tussen zonlicht, laaghangende mist en boomsilhouetten. Fantastische doorkijkjes bij de knotwilgen naar de windmolens langs de A1.

Bij een weiland ga ik lopen over het karrenspoor. Mijn sneakers raken doorweekt van de bedauwde grashalmen. Uiteindelijk kom ik bij een langwerpig meertje, waar een oude beverburcht lijkt te liggen. De knaagsporen zijn minstens twee jaar oud.

Op elk plekje waar ik ben gestopt, waren nieuwe geuren te ontwaren. Nog vol van deze morgenstond fiets ik uiteindelijk de stad weer in. Daar wordt mijn neus geconfronteerd met iets minder prettige luchtjes. Gelukkig blijft de ochtend nog lang in mij hangen. Als ik thuis ben denk ik nog steeds dat ik de koekoek hoor.

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden